KOLLEKSJESINTRUM FRYLÂN, NEDERLAND

Na een bouwtijd van tien maanden werd op donderdag 12 mei 2016 het Kolleksjesintrum Fryslân officieel geopend. Vijf Friese erfgoedinstellingen brengen er hun collecties onder in één centraal depotgebouw.

De bouw van dit installatiearme en energiezuinige depot reflecteert de ambities van Leeuwarden als Culturele Hoofdstad 2018. In de door bezuinigingen gekwelde erfgoedwereld wordt met belangstelling gekeken naar wat nu al het ‘Fryske model’ wordt genoemd.

De noodzaak voor een centraal depot
Het Kolleksjesintrum Fryslân is een gezamenlijk depot voor het Fries Museum, Tresoar, Natuurmuseum Fryslân, het Fries Scheepvaartmuseum en het Landbouwmuseum.

De vijf musea, zoals vele anderen ook, kampten met hoge opslagkosten voor hun collecties en inefficiënte logistiek door de ligging en versnippering van opslagruimtes. Het centraliseren van alle depots in een nieuw gebouw dat met aandacht voor duurzaamheid ontwikkeld is, bood daartoe een interessante oplossing.

Het nieuwe depot
Bij het ontwerp van het depot werd rekening gehouden met duurzame materialen en met de omgeving. De collecties zijn opgeslagen in een gebouw met roestrode gevels van gepoedercoat aluminium dat geplaatst is op een terp. De ribben in de gevel vormen diepe nissen waaraan klimplanten hun weg zoeken en het gebouw met het landschap verbinden. Via een centrale ontsluitingsgang is het depot verbonden met de werkruimtes. Ook aan de binnenkant is gekozen voor duurzame materialen. Zo zijn bijvoorbeeld de deuren gemaakt van bamboe.

Een innovatief klimaatconcept
De inpandige depots worden niet verwarmd of gekoeld. In het gebouw heerst, afhankelijk van de seizoenen, een temperatuur van 10 tot 18 graden Celsius. De gemiddelde temperatuur van 13 graden Celsius is kouder dan de temperatuur waarbij kunstvoorwerpen doorgaans worden bewaard. Friesland neemt het voortouw in deze manier van opslag waarbij de temperatuur voor verschillende materialen gelijk is.

De basis voor het ontwerp zijn betonnen depotruimten met een luchtdichte schil en een niet geïsoleerde betonnen vloer die helpt de temperatuur in het depot te regelen. De vloer ligt direct op de aarde en werkt als een accumulator van aardwarmte en – koude. Dit zorgt het hele jaar voor een zeer gelijkmatige binnentemperatuur. De luchtvochtigheid wordt indien noodzakelijk bijgestuurd door klimatologische installaties. Het dak en de wanden zijn in hoge mate geïsoleerd. Een lucht/waterwarmtepomp houdt de facilitaire vertrekken op temperatuur terwijl een ventilatiesysteem met mechanische aan- en afvoer de lucht ververst. Led-verlichting en bewegingssensoren beperken het stroomverbruik. Al met al moeten de zonnepanelen die op het dak zijn gemonteerd ruim voldoende elektriciteit leveren om het complex in bedrijf te houden. Verwacht wordt dat de exploitatiekosten de helft minder zijn dan wat in een traditioneel depot het geval zou zijn.

De opening is nu ongeveer een jaar geleden. Wat zijn uw eerste ervaringen met dit innovatieve klimaatconcept? Pakt het in de werkelijkheid net zo goed uit als op papier?

Het is op dit moment nog niet met 100% zekerheid te zeggen of het klimaatconcept exact zoals gepland werkt. De temperatuur mag door het jaar heen verschillen, zolang het maar onder een bepaalde waarde blijft (niet hoger dan 20 graden) en de luchtvochtigheid constant gehouden wordt. Recentelijk werd er een wijziging aangebracht in de aansturing van de techniek, die iets te gevoelig ingesteld was en daardoor te vaak ingreep. Ik houd alles nauwkeurig in de gaten. De temperatuur in het depot was afgelopen winter 14 graden en is nu (mei 2017) ongeveer 18 graden. Daarnaast staan nog niet alle collecties en stukken op hun definitieve plek. Ook dat kan nog invloed gaan hebben op het klimaat in de ruimtes.

Dhr. Schaafsma, coördinator van het Kolleksjesintrum

Een bijzonder opslagconcept
De verzamelingen van de verschillende musea worden opgeslagen aan de hand van de materialen. Metaal bij metaal, schilderijen bij schilderijen en biologisch materiaal bij biologisch materiaal. Dat betekend dat de collectiestukken van verschillende musea door elkaar heen liggen en de plaats in het depot optimaal benut wordt. De opslag volgens formaat en materiaal bespaarde ongeveer 40% ruimte. De verschillende voorwerpen werden met barcodes gekenmerkt zodat alles eenvoudig te vinden is.

Ruimtebesparende opslagoplossingen
De efficiënte inzet van de beschikbare depotruimte werd niet alleen door de gemengde opslag gerealiseerd. De inzet van de plaatsbesparende opslagoplossingen van Bruynzeel speelde ook een grote rol.

De meeste plaats werd gewonnen door de installatie van dubbeldekkers. Dit zijn verrijdbare rekken met een geïntegreerde verdieping. Om een bepaald rek te bereiken worden de andere rekken verschoven waardoor een doorgang ontstaat. De veiligheid van de opgeslagen collecties wordt gegarandeerd doordat de rekken geleidelijk en met een constante snelheid, onafhankelijk van de belasting bewegen. Bij het verplaatsen bewegen de onderste en bovenste verdieping tegelijk. De vloer van de eerste etage bestaat uit een luchtdoorlatend rooster en draagt uitsluitend het gewicht van de gebruiker. De zogenaamde ventilatiestand zorgt ervoor dat de rekken een tijd lang in een bepaalde positie gezet kunnen worden, bijvoorbeeld met ruimte tussen alle rekken om een optimale luchtstroom te realiseren.

Verdere opslagoplossingen waarvoor in dit depot gekozen werd zijn statische en verrijdbare schilderijrekken, verrijdbare rekken voor zwaardere voorwerpen en statische rekken. Diverse voorwerpen zijn voorlopig opgeslagen aan de hand van de op voorhand ingeschatte indeling, maar men heeft nog enige tijd nodig om de nog te verhuizen voorwerpen toe te voegen en de inrichting van de rekken nog efficiënter in te delen.

De verhuizing
Wij spraken met Dhr. Schaafsma – coördinator van het Kolleksjesintrum- over het verhuizingproces en de uitdaging van het samenvoegen van 5 collecties.

Het logistieke proces van het samenvoegen en verhuizen van de collecties bleek allesbehalve eenvoudig. Het overgrote deel van de collecties die naar het depot gebracht werden diende ter plekke schoongemaakt, geïdentificeerd (voorzien van barcode) en gedesinfecteerd te worden. Omdat het desinfecteren normaal gesproken op kleinere schaal plaatsvindt, werd gekozen voor tijdelijke zuurstofarme cabines, waarin alle objecten 5 weken opgeslagen werden. Het aanleverschema bleek cruciaal om ervoor te zorgen dat de stukken niet onnodig blootgesteld werden aan een niet optimaal klimaat.

Inmiddels is een permanente zuurstofarme cel geplaatst om binnenkomende stukken te desinfecteren. Op de vraag of er leerpunten zijn voortgekomen die hij zou willen meegeven aan musea die een dergelijke verandering voorbereiden:

Ik zou adviseren de collecties voordat ze naar het nieuwe depot gebracht worden schoon te maken en te kenmerken met barcodes, zodat ze ter plaatse alleen van evt. insecten bevrijd hoeven te worden en dan opgeslagen kunnen worden. Dit vereenvoudigt de logistiek binnen het nieuwe depot aanzienlijk. Ook zou ik adviseren om bij het ontwerp van het gebouw rekening te houden met een tijdelijke transitieruimte.

Dhr. Schaafsma, coördinator van het Kolleksjesintrum

Kolleksjesintrum Fryslân in cijfers
2.000 m2 depotruimte
1.000 m2 facilitaire ruimte
16 kilometer planken en meer dan 2.4000 lades in verschillende afmetingen
2 kilometer textielopslag
2.600 m2 gaasrekken voor schilderijen
2.000 m2 opbergruimte voor grote objecten.