NATIONAAL MILITAIR MUSEUM, NEDERLAND

Eind 2014 opende het Nationaal Militair Museum op de vroegere vliegbasis Soesterberg zijn deuren. Senior Behoudsmedewerker Walter Castelijns (62) is verantwoordelijk voor de inrichting van het depot en mede voor het beheer van de collectie.

“Als depotbeheerders staan wij voor de taak twee verschillende collecties in elkaar te schuiven”

“Het succes van het Nationaal Militair Museum overtreft al onze verwachtingen. We rekenden op 200.000 bezoekers per jaar, maar dat aantal haalden we al in de vier maanden na de opening. Het NMM is in korte tijd een topattractie geworden. De keerzijde daarvan is dat de verwerking van die stormloop van bezoekers alle aandacht vroeg van de organisatie. Je gelooft gewoon niet wat mensen allemaal kapot kunnen maken! Nu komt er geleidelijk meer tijd en ruimte voor de inrichting van het depot en het beheer van de collectie.” “Het NMM is ontstaan uit een fusie tussen het Legermuseum in Delft en het Militair Luchtvaartmuseum in Soesterberg, twee heel verschillende musea. Wilde het Legermuseum aan de hand van de collectie een verhaal vertellen, bij het Militair Luchtvaartmuseum draaide het vooral om de techniek van het vliegen. Als depotbeheerders staan wij voor de taak twee verschillende collecties in elkaar te schuiven.”

“Met circa 300.000 items is de collectie niet alleen groot in omvang, maar ook in vormen”

“Met circa 300.000 items is de collectie niet alleen groot in omvang, maar ook in vormen. Van militaire onderscheidingen tot vliegtuigen, van handgranaten tot sabels, van veldflessen tot uniformen, van schilderijen tot topografische kaarten. De expositie in het museum bestaat uit ongeveer 3.800 items. De rest, 98 procent dus, moeten we onderbrengen in het depot.”

“Het depot bestaat uit een aangepaste helikopterhangar, waaraan een deel is aangebouwd. We hebben er circa 6.000 vierkante meter tot onze beschikking, waarvan 1.500 vierkante meter in een ruimte met aangepast klimaat. Daar ligt het meest kwetsbare deel van de collectie, waaronder boeken, kaarten, schilderijen en uniformen. We hebben het zuurstofniveau verlaagd tot 17 procent om brand te voorkomen en de collectie te beschermen tegen ongedierte.”

“Ik heb in mijn verleden bij het legermuseum altijd goede ervaringen gehad met bruynzeel. Ook dit keer ben ik niet teleurgesteld.”

“De inrichting van het klimaatdepot is gebeurd door Bruynzeel op basis van een Europese aanbesteding. Persoonlijk ben ik daar blij mee, want ik heb in mijn verleden bij het Legermuseum altijd goede ervaringen gehad met Bruynzeel. Ook dit keer ben ik niet teleurgesteld.

We hebben weliswaar gekozen voor een standaardsysteem, maar vanwege onze bijzondere collectie zijn we deels ook afhankelijk van maatwerk. Bruynzeel heeft daar goed over meegedacht.”

“In het klimaatdepot staat een dubbellaags verrijdbare archiefkast van negentig rijen van negentig kasten die elk zes meter hoog zijn. Halverwege is met een metalen rooster een verdieping aangebracht, waardoor ook de bovenste planken goed toegankelijk zijn. Zo kunnen we optimaal gebruik maken van de beschikbare ruimte. De diepte van de planken varieert van een kleine dertig centimeter tot circa tachtig centimeter.”

“In de wapenkamer hebben we een bijzonder opbergsysteem aangebracht.”
“Daarnaast hebben we nog schilderijrekken, ladekasten en speciale rekken voor bijvoorbeeld onze collectie stokwapens en pioniersschepjes. Ook hebben we in de wapenkamer bijzonder opbergsysteem aangebracht. Veel hebben we zelf, vaak met steun van Bruynzeel, ontwikkeld en gemaakt.”

“De veelvormigheid van onze collectie zorgt soms voor hoofdbrekens. Groot en klein, hoog en breed, lang en smal: hoe kun je al die verschillende vormen efficiënt opbergen? Om daar een goed antwoord op te vinden hebben we een computerprogramma laten ontwikkelen dat dat op basis van de ingevoerde parameters voor ons berekent. Zo hebben we zeker 20 procent extra ruimtewinst kunnen boeken.”

Ruimte voor groei
“We hebben nu het eerste deel van de collectie in het depot opgeborgen, maar er moet nog veel gebeuren. Veel voorwerpen zitten bijvoorbeeld nog in dozen vanwege de verhuizing. We moeten nog zien hoe we dat oplossen, maar uiteindelijk zullen we de hele collectie wel op een verantwoorde wijze kwijt kunnen. Waarschijnlijk houden we dan ook nog ruimte over voor groei. Hoe dan ook hebben we de komende jaren onze handen nog vol aan de inrichting van ons depot.”