EBD klinkt niet heel sexy eigenlijk, maar het zegt wel precies waar het om gaat, namelijk het ontwerpen met behulp van de resultaten uit wetenschappelijk onderzoek. Voor wie nu al in slaap is gevallen; het is leuker dan dat!!

Dat de inrichting van een kantoor meer is dan vaalblauwe vloerbedekking, verticale lamellen en TL-bakken in een systeemplafond lijkt inmiddels algemeen geaccepteerd (toch?!).
Met ‘Het Nieuwe Werken’ is de ontzuiling in de kantoorinrichting een gegeven en werkgevers zien vaak door de bomen het bos niet meer als het gaat over de fysieke werkomgeving. Ook ontwerpers lijken te worstelen met ‘deze nieuwe wereld’ waarin welzijn, comfort en productiviteit begrippen zijn waar ze ineens handen en voeten aan moeten geven. Ergonomie blijkt meer te zijn dan het kunnen verstellen van een tafel of een stoel en ‘het nieuwe werken’ meer dan een ‘open space’ kantoor.
Voor ontwerpers is Evidence Based Design een extra gereedschap dat ze in hun kist horen te hebben, samen met het andere gereedschap.

Voor werkgevers biedt het handvatten om grip te krijgen op stof waar ze eigenlijk geen verstand van hoeven te hebben. Hoewel ik er steeds meer achter kom dat wetenschap niet absoluut is (ik moet nog een wetenschapper tegenkomen die goed kan ontwerpen), blijkt het gat tussen wetenschap en praktijk wel een gapende ravijn die we maar mondjesmaat kleiner krijgen. Hoewel dat zeker niet voor alle sectoren geldt.

Neem nu de Retail; bij een beetje supermarkt weet men allang op welk schap een product moet liggen, op welke hoogte de reclame moet hangen en hoe het in de winkel moet ruiken om de klant aan te zetten tot meer aankopen.
Getuige mijn vrouw; dit werkt feilloos. In de industrie van gaming, sociale media en web shops kan men proefondervindelijk bepalen waar in de website, in welke vorm en in welke kleur een ‘koop knop’ het meeste effect sorteert. Best wel eng om te weten dat je, ongevraagd, onderdeel bent van dit soort onderzoeken. Maar weinigen zullen de verleiding kunnen weerstaan om geen gebruik te maken van deze enorme virtuele proeftuin.

Met de langzame acceptatie dat ‘Healing Environment’ een werkelijke bijdrage levert aan comfort en welzijn van patiënten en cliënten ligt zelfs ‘de zorg’, in dit opzicht, een paar armlengtes voor op de wereld die kantoor heet. Dus in de kantorensector is nog een hele slag te slaan en maakt het calvinisme plaats voor ‘Common Sense’. Want dat is eigenlijk waar het in Evidence Based Design om draait.

Uiteraard zijn er de gedegen onderzoeken van TNO Arbeid en allerlei Duitse en Amerikaanse instituten waar we naar kunnen en moeten kijken. Door internet is toegang tot allerlei resultaten uit wetenschappelijk onderzoek bijzonder laagdrempelig geworden. En dan blijkt ook dat er veel interessante onderzoeken zijn die niet per se bedoeld zijn voor de ruimtelijke omgeving. Zo is er een onderzoek vanuit de marketing en communicatie waaruit blijkt dat rechthoekige vormen veel meer aandacht vragen dan ronde vormen. Dat is goed om te weten voor een advertentie, maar ook als je een concentratieruimte wilt ontwerpen.

Ondanks al deze voor handen liggende kennis worden er vaak vrij essentiële fouten gemaakt.
Een aansprekend maar schrijnend voorbeeld zijn de ANWB paddenstoelen: Op een zeker moment heeft men bedacht dat deze rood moeten worden, want dan vallen ze immers veel meer op. Dat klinkt logisch maar met maar liefst 700.000 kleurenblinde (vooral) mannen, alleen al in Nederland, had de ANWB wellicht toch een andere keuze moeten maken. Deze mensen zien rood als bruinachtig, wat in een bosrijke omgeving natuurlijk vooral een enorm goede schutkleur is. De combinatie van blauw en geel blijkt echter, voor iedereen, de meest zichtbare en contrastrijke kleurcombinatie te zijn. Iets dat de NS klaarblijkelijk wel goed heeft begrepen.

Gelukkig zie ik ook veel omgevingspsychologen, als paddenstoelen uit de grond schieten.
Ik hoop dat dit het gevolg is van een behoefte in de markt. Wellicht is daarmee het kantelpunt bereikt waarop niet schamper wordt gedacht over de psychologie van mensen in hun omgeving. Decennia lang was dit natuurlijk iets ‘softs’, iets onmeetbaars, iets wat je naast je neer mag leggen. Een redernering die ik in 3 zinnen kan ontzenuwen, dus waarom is dat de wetenschappers heel lang niet gelukt? Zelfs Hypocrates, de grondlegger van de moderne geneeskunde, legde al een verband tussen het lichaam, de geest en de omgeving. Rest mij niets anders dan enkele van mijn stokpaardjes voor u op een rij te zetten:

83 TOT 90% VAN DE GESPREKKEN BIJ EEN KOFFIEAUTOMAAT GAAN OVER WERK

Als werkgever moet je dit dus heel goed faciliteren. Een smoezelige pantry in een achteraf hokje is contraproductief. Wellicht kun je dit ook zeggen van het ‘kopieerhok’.

DAGLICHT EN HET DAG- EN NACHTRITME STUREN ONZE HORMOONHUISHOUDING AAN

20% van de Amerikaanse kantoorwerkers lijdt aan een ernstige vorm van slapeloosheid. Oorzaak: door de diepe kantoren en de ‘cubicles’ krijgen mensen onvoldoende het dag- en nachtritme mee en wordt men in een constante vorm van jetlag gehouden. Te weinig daglicht op je werkplek of je klaslokaal zorgt ervoor dat je slaaphormoon (melatonine) overdag al door je lichaam wordt aangemaakt. Hierdoor wordt je slaperig en prikkelbaar en ben je niet in staat je goed te concentreren op je werkzaamheden. ’s Avonds als je moet gaan slapen is je voorraad slaaphormoon al op en ben je slecht of niet in staat om in slaap te komen. Het begin van een neerwaartse spiraal. Voor mensen in de nachtdienst blijkt blauw licht een gedeeltelijke oplossing te zijn. Mensen met bijvoorbeeld Alzheimer vertonen een 10 maal snellere progressie van het ziektebeeld wanneer ze onvoldoende daglicht zien.

VOOR CARA- EN ASTMAPATIËNTEN IS ZACHTE VLOERBEDEKKING BETER DAN HARDE VLOERBEDEKKING

Zachte vloerbedekking heeft een goed vuil verbergend vermogen waardoor het stof niet in de lucht blijft zweven. Dit voordeel gaat overigens niet op voor mensen met een stofmijt allergie.

MENSEN STEKEN EEN GROOT PLEIN MEESTAL NIET DIAGONAAL OVER, MAAR NEMEN DE LANGSTE ROUTE LANGS DE BEBOUWING AAN DE RAND VAN HET PLEIN

“Lekker belangrijk!”, maar dit is een erfenis van onze voorouders die de kans liepen om op open plekken in het bos aangevallen te worden door roofdieren. Zo vinden mensen het van nature dus ook niet prettig om met hun rug naar een grote pui, deur of grote open ruimte te zitten.

NIET EEN SLECHTE STOEL OF EEN TE LAAG BEELDSCHERM VORMEN EEN GEZONDHEIDSRISICO, MAAR HET ONTBREKEN VAN CONTROLE OVER JE EIGEN OMGEVING

In een ziekenhuis heb je sowieso weinig controle over je situatie, maar welke invloed heb je eigenlijk op je fysieke werkomgeving? Praktisch niet toch?! De temperatuur is bepaald, het licht is bepaald, je collega’s ook vaak en je bent gedwongen te zitten in de geuren en geluiden die door je collega’s en het gebouw worden geproduceerd. Vaak is het niet eens mogelijk om een raam open te zetten en zelfs de zonwering wordt aangestuurd door een computer. Dit alles leidde in de jaren negentig tot wat we nu kennen als ‘The Sick Building Syndrome’. We moeten af van het idee dat het gebouw in staat is voor ons een ideale omgeving te creëren. Het tegendeel blijkt het geval. Minder installaties is goedkoper, duurzamer en voorkomt gezondheidsproblemen.

PLANTEN IN EEN BINNENRUIMTE ZORGEN VOOR REGULERING VAN DE LUCHTVOCHTIGHEID, ZUIVEREN DE LUCHT EN ZIJN DE ULTIEME AKOESTISCHE OPLOSSING.

Dan hebben we het natuurlijk niet over de half dode ficus Benjamin in de kleikorrels. Die is goed voor de slechte koffie. Wat we tegenwoordig een ‘Open Space’ kantoor noemen (dat ook voor ‘Het Nieuwe Werken’ moet doorgaan) is feitelijk hetzelfde als de kantoortuinen in de jaren 60, maar dan zonder de planten. Dat is dus zelfs een stap terug ten opzichte van 50 jaar geleden. Zowel in de ziekenhuizen als in de kantoren en scholen zijn planten gemarginaliseerd. Planten hebben echter een zeer gunstige en zelfs regulerende functie in het binnenklimaat en dit laat zich inmiddels goed onderbouwen dooronderzoek. Naast ‘onderhoudskosten’ blijkt ‘hygiëne’ vaak een argument om geen planten te willen. Tot nu toe blijkt er echter geen enkele relatie tussen planten en een ongunstige invloed op een eventueel ziektebeeld, tenzij men ze rookt of eet natuurlijk. Bloemenwater daarentegen blijkt een gevaarlijk goedje, waarvoor ziekenhuizen protocollen hebben moeten schrijven.

Tenslotte: natuur heeft een uitzonderlijk gunstige invloed op het functioneren van welbevinden van mensen. Als u oud genoeg bent om het bovenstaande te begrijpen, dan kunt u zich herinneren dat u als kind de wereld heeft leren kennen met de handen in zand, klei, mos en sneeuw met regen of zon op je hoofd, met hout dat als hout aanvoelt en steen als steen en het geluid van de wind of stromend water. Waarom zouden we van de één op de andere dag dan goed gedijen in een plastic omgeving, waar hout spaanplaat is met een plastic foto van hout? “Weer zo’n Softie” hoor ik u denken, maar ik wil u graag met het wetenschappelijke bewijs om de oren slaan. Zijn wij immers ook geen natuur?!! Common Sense.