Internationaal onderzoek Er is veel onderzoek gedaan naar de productiviteit van de kantoorwerker. Niet alleen nu, maar ook in de loop van de vorige eeuw. Niet alleen in Nederland maar juist veel in het buitenland. Bij veel onderzoeken werd echter niet gedefinieerd hoe we kantoorproductiviteit moeten vaststellen. Wat produceert een kenniswerker? Het antwoord is helder: INFORMATIE. Of je nu praat over een rekening die verstuurd wordt, een verslag aan je leidinggevende, de imagebrochure van de onderneming of het jaarverslag, alles is informatie die vervolgens een bepaalde reactie moet oproepen. Ook al was het maar de beeldvorming over een bedrijf of het besluit om wel of niet op een offerte in te gaan. En zo meer.

In OWOW (Old Ways of Working) was deze informatieproductie in hoge mate schriftelijk. Hoort ook bij een hiërarchisch ingestelde organisatie. In New Ways of Working vindt informatieoverdracht heel veel mondeling of visueel plaats. En heel vaak informeel. Empirische resultaten Directe verbanden tussen productie, procesaanpassing en arbeidsomgeving zijn er nauwelijks te vinden. Wel was er een opvallend resultaat bij Blue Cross / Blue Shield (een ziektekostenverzekeraar) in New York. Door te focussen op het aantal afgewerkte kostendeclaraties van verzekerden, stelde men vast dat een grotere autonomie over je werkomstandigheden, leidde tot een productieverbetering van ca. 20%. Dat is bepaald niet gering. Maar meestal is de bewijsvoering indirect en empirisch. Bijvoorbeeld door het creëren van HUBS in de organisatie, spreken de mensen vaker met elkaar. Bij de koffieautomaat voorkomt het snelle een/twee-tje, dat er weer een overleg gepland moet worden. Als mensen een bepaalde ruimte in kantoor niet aangenaam vinden, wordt deze ruimte niet gebruikt. Nog sterker: Recent onderzoek toonde aan (in Duitsland), dat werknemers salarisverbetering wilden inruilen voor aangenamere werkomgeving. Interior design is vaak cruciaal. Dit is een bevestiging van eerdere onderzoeken die aangaven dat werkinhoud op één staat; werkklimaat en collega’s op twee en drie en een adequate beloning op de vierde plaats. En dát facet ontbreekt vaker bij het doen van het onderzoek: Je kan wel méér produceren, maar is dat dan van dezelfde kwaliteit? Wel meer output maar hoe is het met de outcome? Zo veel is zeker Productiviteitsstijgingen van 5% tot 25% worden in diverse onderzoeken gerapporteerd. De economische factoren concentreren zich op

  • Haal méér uit je geld: Efficiency
  • Haal méér uit de mensen: Effectiviteit
  • Haal méér uit je naam en organisatie: Expressie; Uitstraling

De drivers hiervoor zijn:

  1. Totale kosten gebouw, vast en flexibel
  2. Totale kosten procesondersteuning
  3. Kennis, kunde, creativiteit van de medewerkers
  4. De reactie- / verander-capaciteit van de organisatie als geheel
  5. Aantrekken, behouden en motiveren van goed personeel
  6. Impact en aantrekkingskracht op klanten

Dus, zo eenvoudig is het ook niet om productiviteit te meten. Ik noem het daarom ook vaak een DUCK’S LOOKALIKE: als het kwaakt als een eend, loopt als een eend, de poten, snavel en veren heeft als een eend, dan is het waarschijnlijk dat het een eend is. En deze vergelijking gaat ook op voor een kenniswerker. Happy people produce quality.